Betrokken

Ik had me voorgenomen om niet teveel over de verkiezingen te schrijven want er wordt al zoveel over gesproken en geschreven. Maar de gebeurtenissen van de laatste weken brengen onderwerpen naar boven die mij verbazen.

De PVV gaat zeker een gote aanhang verwerven. Ik heb nog niemand ontmoet die zegt dat hij/zij op de PVV gaat stemmen. Dat is jammer, want zolang mensen dat niet durven ontstaat er ook geen uitwisseling van inzichten en ideeën. Hopelijk wordt de PVV zo groot (niet té groot graag) dat de stemmers het zelfvertrouwen krijgen om dat wel te durven, en ontstaat er een “coming out” van de stemmers na de gemeenteraadsverkiezingen zodat een discussie op gang kan komen.

Ik heb de laatste weken wél drie mensen gesproken, hoog opgeleid en van mijn eigen generatie, die eigenlijk zeggen; misschien moeten we wel een tijdje een soort van dictatuur hebben. Dat lijkt vreemd. We zijn een rijk en veilig land waarvan de inwoners zeggen zeer gelukkig te zijn, en er zijn waarschijnlijk 5 miljard mensen op de wereld die hier graag zouden wonen.  Mensen zoeken weinig bij zichzelf en vinden kennelijk dat de overheid alle problemen moet oplossen, in plaats van zelf bij te dragen. Men voelt zich niet vertegenwoordigd en betrokken bij de politiek en de macht. 

Dat de afstand met de politiek groter wordt is eigenlijk wel logisch. Vroeger stemde een katholiek op de KVP en een arbeider op de PvdA. Deze natuurlijke verbinding is verloren gegaan, door secularisering en doordat politieke partijen niet meer direct het belang van één groep vertegenwoordigen, en mensen gaan dus “zweven”. Een politieke partij moet een mening hebben over heel veel onderwerpen, en dus zal iedere kiezer zich op veel onderwerpen niet herkennen in de partij waarop hij stemt. dat kan bijna niet anders. Als je een partij zoekt die precies vindt wat jij vindt, dan moet je je eigen partij oprichten met één lid. Zodra er een tweede lid bij komt wordt het al moeilijk. De kiezer denkt waarschijnlijk meer na dan vroeger en heeft een mening. Mensen voelen zich ook niet verwant met alle mensen die in een politieke partij actief zijn. Dus een kiezer kiest en doet dat op basis van de GGD; de “Grootste Gemene Deler”. En dat is per definitie fragiel. Vervolgens gaan de gekozenen vier jaar aan de slag en die doen dus regelmatig iets anders dan de kiezer wil, en dat is dan teleurstellend. De meeste Nederlandse politici zijn misschien wel wat ijdel, maar ook wel bevlogen en doen echt wel hun best binnen de bestaande structuur. Het probleem zit wel degelijk in de structuur van onze democratie.

In deze afgelopen crisis rond Uruzgan kun je zien dat de coalitiepartners worden gedwongen in een schizofrenie. De Christen Unie trekt de minste aandacht, maar had als probleem dat hun ministers de missie wel wilden verlengen (daar zijn goede argumenten voor), terwijl de tweede kamerfractie dat niet wilde. Hoe communiceer je dan met je achterban ? Het CDA wilde de missie verlengen terwijl 70% van het parlement dat niet wil, en 70% van de bevolking dat ook niet wil. Dat is een inherent probleem in de huidige structuur en de cultuur van coalities.

Onze democratie is een bijzonder onvolkomen instutuut. Het is bijna 100 jaar oud (bij de grondwetswijziging van 1922 kregen vrouwen actief kiesrecht). Toen was Nederland nog gelovig.  In 1915 waren er 75.000 telefoons in Nederland. Nu zitten meer dan 10 miljoen Nederlanders op Hyves, Facebook of LinkedIn. Ministers kunnen uit de ministerraad direct naar hun volgers twitteren, maar we stemmen we nog steeds met een rood potloodje. Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat de maatschappij zich zó ingrijpend heeft vernieuwd terwijl het belangrijkste instituut, de macht, zich helemaal niet heeft ontwikkeld. Komt dat omdat de macht alleen van binnenuit kan veranderen; er is immers geen “hogere macht” die iets afdwingt ?  Is de onvrede van de bevolking de hogere macht ? Die is nogal amorf en is dat de reden dat er geen ontwikkeling plaatsvindt ? Kan die verandering democratisch plaatsvinden of is een “bestorming van de Bastille” nodig.  En zien we die misschien nu ? 

D66 was altijd de partij van de staatsrechtelijke hervormingen maar het is geen onderwerp in de verkiezingen meer. En wat er over gezegd wordt is niet zo belangrijk.  Provincies en Waterschappen afschaffen en minder ministeries zal wel kosten besparen, maar lost dit probleem niet op.

Mij dunkt dat we beter naar méér democratie kunnen gaan dan naar minder democratie. Het huidige model geeft wel een bepaalde stabiliteit. Als je elke dag doet wat de meeste Nederlanders vinden, en maar weinig mensen kunnen versatnd van zaken hebben, dan gaat het vast niet goed.  Dus meer educatie en communicatie is wel wenselijk bij meer en directere democratie. 

Misschien moeten we naar een model waarbij de regering losser staat van de politieke partijen. Dus vakministers die wetten in het parlement brengen en steeds wisselende meerderheden zoeken ? En elk jaar verkiezingen houden voor de tweede kamer, waarbij de ministers dus niet steeds hoeven af te treden, zodat het parlement een betere afspeigeling is van de bevolking. En referenda voor belangrijke onderwerpen. Geen Noord-Zuidlijnen zonder een referendum, want dat verplicht een gemeenteraad om er echt serieus mee om te gaan.

Ik weet niet wat de verschillende partijen vinden over onze democratie, en wie er eigenlijk een echte visie op heeft, maar daar zal ik mij eens in verdiepen.

Advertenties
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s